• Dit seizoen voelde elke wedstrijd als de dertiende.

    Twaalf officiële wedstrijden speelde de JO13-1 tot nog toe, dit seizoen. Twaalf wedstrijden. Nul punten. Doodleuk nul punten. Letterlijk alles ging verloren. Week in, week uit. Of het nou beker of competitie betrof, of er nou verzorgd of bedroevend gespeeld werd, of het windje nu voor of tegen blies, het zonnetje scheen of de regen om de oren sloeg, of er werd aangemoedigd aan de kant of binnensmonds gevloekt en gezwegen, op reclameborden werd gebeukt of de grens het aan de stok kreeg met eigen vlag, volk en vaderland ?? het resultaat was en bleef doodleuk nul. Nul. Twaalf keer vol goede moed je bed uit voor de wedstrijd, twaalf keer er direct weer diep in willen kruipen na afloop.

    Dit seizoen voelde elke wedstrijd als de dertiende.

    Lekker constant, dat wel. Maar toch kan dát niet hetgeen zijn waar Albert op doelde in de bestuurskamer, na afloop van die eerste wedstrijd, toen hij aangaf dat het dit seizoen (jammer misschien voor sommige ouders) niet om winnen ging.

    Als een profetisch zwaard van Damocles deden ons die woorden wedstrijd na wedstrijd de das om. Niet dat het aan Albert ligt natuurlijk, begrijp me goed. Als er íemand was die in beker en competitie, bij verzorgd en bedroevend spel, in zonneschijn en regen, bij aanmoediging en binnensmonds gevloek aan de zijlijn probeerde de kalmte te bewaren, de poppetjes op de goede plaats, de afspraken, jongens de afspraken, weet je nog, opnieuw en geduldig in de hersentjes van de JO13-1-spelers te krijgen, was het Albert wel. Arme Albert. Arme spaarzame haren op zijn hoofd. Ga er maar aan staan: ontwikkelen in een seizoen waarin elke wedstrijd voelt als de dertiende.

    Vandaag de kroon op het seizoen. Wedstrijd nummer dertien?? Tegenstander (toeval bestaat niet, laat er Shakespeare maar op los): Victoria. Vic-fucking-tor-ia. Triomfantelijker, onoverwinnelijker kan een naam niet klinken. Zegekroon. Overwinning. Driepunter. Tor. Laatste dreun. ‘Pap, weet jij waar we spelen?’ klonk het vanmorgen. ‘Thuis, hoezo?’ ‘Nee, welk veld. Hoofdveld?’ ‘Weet ik niet, maar waarom?’ ‘Hoop het niet.’ ‘Want?’ ‘Dan ziet iedereen het als we verliezen.’ Zoiets.

    Maar van de andere kant. Met Parijs in zicht, hijst het net even iets makkelijker je bed uit. Nog eenmaal je best doen, even verliezen en dan voor altijd onder de douche. Wegspoelen dat seizoen. Haartjes in model. Kraagje omhoog, luchtje op. Winterstop en volgend jaar zal alles anders zijn.

    En gebed verhoord. Veld 2 in de regen. Geen pottenkijkers van buitenaf dus. Slechts het volk dat zo langzaam aan wel tegen een stootje kan. En laat dat nou weer nodig zijn die eerste minuten?? je wilt het niet weten.

    Dertien in een dozijn, de kansen voor VVZ. Per, Per, Luan, Ties, Per en ik vergeet er nog wel wat. Naast, naast, over, net te slap, jemig weer die keep, over, mag het dan nooit eens, en wéér naast. VVZ heer en meester, maar helaas ook in het missen van kansen. Victoria na een minuut of 13 glimlachend op 0-3. De mouwtjes nog niet opgestroopt. Beetje gecounterd af en toe. En die bal in het netje geschoten. Gewoon. Niet mooi, maar dat hoeft niet. Door de grabbelende handen van invalkeeper Cemal (veldspeler van beroep ?? dan ben je sowieso al een held als je in een vreemd team onder de lat gaat staan), droog in de korte hoek, zakelijk en van dichtbij uit een corner.

    Dertiende wedstrijd in een seizoen waarin de eerste twaalf al als de dertiende voelden?? Ik check mijn horloge nog maar eens. Parijs voelt nog steeds ver.

    Glimpen glorende hoop (doelpunt Luan na een fraaie combinatie tussen Ties en Per betekent 1-3 en de zoveelste onderschepping, nu door Luan, leidt tot de 2-3 van Sven) worden, geheel in seizoensstijl overschaduwd door de ultiem lullige tegengoal die tot de 2-4 leidt: de bal uit een schot met alle potentie om flink over te zeilen, wordt door tegenwind hoog opgetild en plotsklaps neerwaarts gedirigeerd tot boven de handen van onze dappere instant-keeper, die het dreigend klapwiekende gevaarte evenwel alsnog zijn goal uit weet te duwen, maar het krijsend en klauwend beest via de paal pardoes vol in het aangezicht krijgt en met roofdier en al ten prooi valt over de eigen doellijn. Weg aansluiting, weg hoop op laatste victorie.

    En met nog dertien minuten te gaan loopt Victoria na een werkelijk schitterende run en goal van Luan (keeper omspelen en uit lastige hoek nu wél binnenschieten - maar ook even noemen die heerlijke doorkopbal van Sven, jemig wat mooi en wat 3-4) in een mum van tijd weer weg naar 3-6.

    Zeven minuten voor het einde dus weer dat bekende nét-niet-gevoel terwijl het er wel weer inzat, we zeker niet de mindere waren, sterker nog: de sterkere en dat gepijnig der hersenen of het nou gewoon botte pech was of toch iets van doen had met kwaliteit. Zeven onzalige minuten mijmering weg van de eindstreep. Parijs gehaald zonder lauweren.

    Schrik je daar op de Champs-Élysées plotsklaps wakker van gejoel en gejuich. Blijkt er weer gescoord. ‘Per’, zegt mijn buurman, ‘schrijf maar op: lange hoek.’ Bij dezen dan. Staat toch leuker, eerlijker ook: 4-6.

    Toch ben je weer wakker dan. Het stormt inmiddels ook weer flink naar voren. Zeeën met ruimte achterin moéten bijna wel killing zijn met dat razendsnelle voetbaljoch op Laurens, maar afijn, op je rug lig je tóch al. Intussen gaat het balletje weer lekker rond in de zestien bij Victoria. Gaat er nog iemand schieten? Voorzet Luan, draaitje Burhan, teruglegje Sven, net-nietje Weetikveel, en dan potverdorie trekker overhalen Luan: goal! Opnieuw de aansluiting (5-6) en nog drie minuten op de klok.

    Zal het? Mag het? Mag er dan voor deze ene keer een keer ontwikkeling zijn, maar dan gewoon scorebordtechnisch gezien? Deze dertiende? Keertje niet verliezen??? Van de scheids (prima scheids vandaag, al zeg ik het zelf) mag het nog even.

    En laat het nou gebeuren, man. Niet normaal meer, dit seizoen dan. 59e minuut, Sven, doodleuk en driest: 6-6. Korte hoek. Korte metten. Zie ik daar toch even die blik van die kleine van me, op het veld: ‘Zie je dat pap, we zijn bijna klaar en staan niét achter.’ Ontwikkeling.

    Maar we zijn er nog niet. De laatste schermutselingen vinden plaats in óns strafschopgebied. Een zoever naast én ?? over gunstige ontwikkeling gesproken ?? nog een ros op de paal achter Cemal. Geen goal meer, geen tijd meer, klaar. Gespeeld en níet verloren. Wat kunnen twaalf eerlijk verdeelde doelpunten in je dertiende wedstrijd voelen als een kroon op je werk, een lauwerkrans op de Champs-Élysées. Als Parijs, maar dan op het podium.

    Daarom een staande ovatie voor de Jeugd Onder Dertien-Eén. Die het dit seizoen dertien wedstrijden met elkaar bleven doen. Zonder een hele hoop gemekker en gedoe. Voor elkaar bleven gaan. Positief bleven. Al zakte de moed soms in de schoenen.

     

    En als je zo élke wedstrijd, al voelt ‘ie als de dertiende, blijft strijden, heb je uiteindelijk een punt. Chapeau!