• Niet veel vaker zullen opperste verrukking en onstelpbaar verdriet elkaar zó onverstoorbaar recht in de ogen hebben gekeken als afgelopen woensdag, die luttele minuten voor elf.

    De voetbalhel. De voetbalhel. Hij bestaat. En Ajax zit er middenin.

    Krijg ik de oneindige stilte van vóór die woorden ooit nog uit mijn systeem? Die rood-witte doden die er vielen bij bosjes en hun gezicht begroeven voor alles wat net waar geworden was? De grasmat van de Johan Cruyff Arena om genade smeekten, wetend dat die óp was. Nooit was zwaartekracht voelbaarder dan tijdens het moment van hun gedwongen heropstanding. Nooit zag je zwaardere passen dan toen de spelers zich opmaakten voor hun onmenselijke laatste krachttoer richting vijandelijk doel. Omdat je de hoop niet opgeeft, terwijl je bij God niet weet waar je hem nog zoeken moet. Omdat je dondersgoed weet dat je nooit meer scoort, al speel je nog 18 wedstrijden, 14 jaar of 34 levens. Net nu het een keer doenbaar leek, bleek het ondoenbaar.

    Vanaf die dying seconds woensdagavond even voor elven is geen Ajacied ooit meer jong.

    Vanmorgen speelde de JO13-1 zijn eigen onmogelijke wedstrijd. Eemnes was Bayern, Real en Juve bij elkaar. Hun hele leven al wonnen ze alles, deze competitie. Karrevrachten aan doelpunten. Vijf lullige goaltjes tegen. Ga er maar aan staan.

    Onze eigen Erik Bots, onze Albert ten Hag, had dit seizoen de boel aan het voetballen gekregen. Nog maar even geleden stond het stelletje ten dode opgeschreven. Veertien keer spelen, dertien keer verliezen en één keer als een kind zo blij met een punt. Zelfs pakweg een PSV in de CL haalt daar zijn neus voor op. En toen kwam daar de lente. Het nieuwe elan. De wederopstanding. Werd de crisis bezworen met steeds spel. Wonnen we één keer, twee keer, drie, vier en vijf. Op een rij. Maar steeds wisten we: eens komt Eemnes.

    En vandaag was daar Eemnes. En we wisten dat we vandaag weer onze grenzen moesten verleggen. Boven onszelf zouden moeten uitstijgen.

    Ik doe het u niet aan. Ik neem u niet uitgebreid mee naar de grote hoogten die we bereikten de eerste drie kwart wedstrijd. Ver, héél vér steeg het team boven zichzelf uit, verlegde het grenzen bij bosjes. Dreef het de gedoodverfde kampioen langzaamaan tot wanhoop. Nog een kwart te gaan en twee-vier de stand. Twee-focking-vier! Voor ons dan, he?

    Maar ik stip het slechts aan. Ik neem u niet mee in vervoering. De pijn van woensdag weerhoud me. Ik wil alles voelen, dat nooit meer.

    Want het ging mis. Toch weer mis. Eemnes stroopte ten einde raad nogmaals de mouwen op, bracht zijn eigen Llorente voor Ronaaldo en ontpopte zich in dat slotkwartier van een Juve tot een Tottenham. Het schoot, vooral van afstand en ook nog met grote schoonheid, de droom van 14 groengrasspelertjes uit de Soester Polder aan duigen.

    Het mocht niet zo zijn. Voor Fons, die als een Van De Beek tegen Juve zó’n enorme baas was op het middenveld vandaag. Voor Duuk, die als een Sinkgraven meer dan verdienstelijk inviel de eerste drie kwartier. Voor Jan, die zo’n Magallan drie kwartier liet zien hoe je centraal achterin wél een slot op de deur bent. Voor Ties, die als een Tadic (wat een doorzettingsvermogen bij die vierde) - voor Hugo, die als een De Ligt (wat een schoonheid van een kopbal, die derde) - voor Luan, die als een Ziyech (wat een schot, die tweede) met schitterende doelpunten VVZ op een sensationele voorsprong zetten. Voor Gijs, die als een Onana meerdere keren spectaculair redde. Voor de rest van het team, dat bleef voetballen en Eemnes met soepel combinatiespel zwaar aan het wankelen bracht.

    Vier minuten voor tijd was er pas de eerste voorsprong (5-4) voor de groen-zwarten van achter de Wakkerendijk. En in de ultieme jacht op toch nog een punt werd het natuurlijk nog 6-4. Geen punten vandaag - en als het óóit mogelijk was.

    Dan moet je het doen met de ochtendkranten. De lof voor het vertoonde spel. De marktwaarde van al die vertrekkende spelers. Love letters uit de Soester Courant. En zo’n dans van pure opluchting van de Eemnes-bank spreekt dan toch ook boekdelen onbedoelde complimenten.

    Die dying seconds, opnieuw deden ze pijn. Maar wat na een flinke portie friet met inmiddels weer behoorlijk wat praatjes overheerst is toch de trots. Volgende week maar weer eens wat grenzen verleggen.